Persoonsgerichte zorg

Anno 2019 wordt de term persoonsgerichte zorg in beleidsstukken en media veelvuldig beschreven vanuit verschillende kaders, wet- en regelgeving. In dit artikel probeer ik vanuit het perspectief van de werkvloer een weergave te geven van persoonsgerichte zorg. Daarbij hoop ik de lezer te inspireren en praktische handvatten mee te geven. Zodat je ondanks de werkdruk, het personeelstekort en de vele regels, toch de ruimte ervaart en meerwaarde ziet die het invullen van zorg op persoonsgerichte wijze biedt.

Pijlers

De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) heeft kaders opgesteld waaruit moet blijken dat persoonsgerichte zorg wordt geboden. Met vier pijlers wordt getoetst of daadwerkelijk invulling wordt gegeven aan persoonsgerichte zorg:

  1. Compassie: de cliënt ervaart nabijheid, vertrouwen, aandacht en begrip;
  2. Uniek zijn: de cliënt wordt gezien als mens met een persoonlijke context die ertoe doet en met een eigen identiteit die tot zijn recht komt;
  3. Autonomie: voor de cliënt is de mogelijkheid van eigen regie over leven en welbevinden leidend, ook bij de zorg in de laatste levensfase;
  4. Zorgdoelen: iedere cliënt heeft vastgelegde afspraken over en inspraak bij de doelen ten aanzien van zorg, behandeling en ondersteuning.

Prachtige omschrijvingen, maar in de praktijk blijkt het soms ontzettend lastig om invulling te geven aan deze pijlers. Hieronder zal ik de persoongerichte zorg aan de hand van een voorbeeld verduidelijken.

Voorbeeld

De mevrouw van kamer 108, die in de wandelgangen als een moeilijke dame wordt bestempeld. Hoe goed ken jij haar? Weet jij wie zij echt is? Wat haar drijfveren en wensen zijn?

Hoe vaak laten wij ons als zorgverleners niet verleiden om mee te gaan in de drukte en de waan van de dag? Waarbij wij ons dreigen te verliezen in de complexiteit van de zorg. Er moet zoveel, terwijl er een schreeuwend tekort is aan personeel.

Wat zou er gebeuren als je eens letterlijk en figuurlijk stil gaat staan. Dat je een stoel pakt, naast die mevrouw van kamer 108 gaat zitten en een gesprek met haar aanknoopt?

Kernvraag

Zou het niet mooi zijn als je, los van de diagnose en hulpvraag, als zorgverlener weet wie de zorgvrager echt is? En dat je zorg zo kan bieden dat deze aansluit op wie iemand is, in plaats van alleen maar uitgaan van de zorgvraag? Kennis hebben van de persoon tegenover je en weten wat die persoon maakt tot wie deze is. Weten waarom iemand het helemaal niet prettig vindt om op een bepaalde manier aangesproken en/of geholpen te worden. En nog belangrijker: weten wat iemand nodig heeft om zich als mens echt goed en gelukkig te voelen. Dat is de kernvraag waar het bij persoonsgerichte zorg om draait.

Zorg bieden vanuit compassie en nabijheid, met inachtneming van de unieke persoonlijkheid die je als hulpverlener bent en welke je ook tegenover je hebt. Is dat niet waar we als zorgverlener allemaal wel naar streven, maar wat we in de waan van de dag ook wel eens vergeten?

Hoeveel zou het uiteindelijk opleveren in kwaliteit van leven van de zorgvrager als we vanuit deze persoonsgerichte manier van werken de zorg zouden invullen? Iemand het gevoel geven dat hij of zij gezien wordt en er als mens toe doet.
Hoeveel tijd zouden we winnen als we vanuit de wens en eigen regie van de cliënt onze zorg zouden vormgeven? En we begrijpen wat de vraag achter moeilijk verstaanbaar/complex gedrag van een cliënt is en hoe deze te beantwoorden.

Het hoeft niet moeilijk te zijn. Ik heb als zorgvrager aan jou, die mij steeds weer helpt, eigenlijk maar een echte vraag: ken jij mij?

 

 

de zorgstrategen 2018 ©